1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. Wat is goed toezicht

Wat is goed toezicht

Wat is goed toezicht? Een garagist die zijn bedrijf runt?

Ik schreef al in mijn vorige Vide column (jan. 2011) dat we met zijn allen niet goed weten wat toezicht is; we kunnen het althans niet goed definiëren. Maar misschien weten we wel wat goed toezicht is. Als we wel de kwaliteiten van goed toezicht kennen, is het probleem door een sprong vooruit te maken met terugwerkende kracht opgelost!

Laten we nu kijken welke kwaliteiten worden onderscheiden in een gezaghebbend stuk, de tweede ‘Kaderstellende Visie op Toezicht’ van 2005 ‘Minder last, meer effect’ met als ondertitel ‘zes principes van goed toezicht’.  Aan de drie principes van de Eerste Kaderstellende Visie op Toezicht (uit 2001) ‘onafhankelijk, transparant en professioneel’ worden drie principes toegevoegd, te weten, ‘selectief, slagvaardig en samenwerkend’. De resulterende 6 principes worden uitgewerkt in normen en items voor een checklist.

De zes principes formuleren alle mooie kwaliteiten, en het is geen wonder dat voor deze criteria veel bijval is en weinig tegenspraak. Maar de vraag dringt zich op waarom nu juist deze? Gegeven de titel van het rapport ‘minder last, meer effect’, betekent het dat de principes bijdragen aan minder last of meer effect? Zijn de zes principes nieuw, zijn het de basisprincipes? Is dit het, of is zijn er nog meer principes? Ik kan nog veel meer relevante kwaliteiten en criteria opnoemen voor goed toezicht: slim, handig, efficiënt, creatief, innovatief, tijdig, planmatig, regelgeleid, integer, rechtvaardig, rechtmatig, vastberaden, vasthoudend, consistent, voorspelbaar, onvoorspelbaar, hardwerkend, alert, dienstbaar, klantvriendelijk, geïnformeerd, responsief, behulpzaam, integraal. En zo voort.

Als we naar de 6 genoemde criteria kijken, dan zien we dat de meeste principes voor bijna iedere organisatie of voor ieder beroep gelden; welk bedrijf, ICT-er of garagist, moet nu niet professioneel, selectief, slachtvaardig en samenwerkend zijn?! Moeten toezichthouders dan voldoen aan dezelfde criteria als Philips of Kwik Fit? Alleen de criteria ‘onafhankelijk’ en ‘transparant’ lijken wat meer onderscheidend te zijn. Dat hoeft een garagist niet te zijn. Maar de criteria gelden weer wel voor de rechterlijke macht, de wetgever en uitvoerende departementen, kortom voor alle overheidsinstanties.

Het lijkt erop alsof we hier - net als bij het definitieprobleem in de vorige column - met (te) brede concepten van doen hebben. De aangetroffen principes formuleren niet specifiek normen voor toezicht, maar normen voor overheidsorganisatie en normen voor organisaties in het algemeen. Deze onvermijdelijke conclusie van gebrek aan discriminerend vermogen, kunnen we positief herformuleren. Binnen alle criteria die voor een toezichthouder gelden, blijken we criteria te kunnen onderkennen, die voor alle bedrijven gelden en criteria die alleen van toepassing zijn op overheden Op een soortgelijke manier zien we tussen de zes criteria een verschil in criteria die gaan over de positionering van de toezichthouder (te weten ‘onafhankelijk’ en ‘transparant’) en criteria die gaan over de werking van toezicht (te weten ‘selectief, slagvaardig en samenwerkend’ en ‘professioneel’). Goede positionering is belangrijk voor goede werking, maar goede werking vraagt om meer.

Het blijft een onverwacht moeilijke materie, maar we komen wel steeds iets verder. Wat goed toezicht is, weten we nog steeds niet. De zoektocht gaat voort.

1 TK. Kaderstellende visie op toezicht. Den Haag: Tweede Kamer, vergaderjaar 2005-2006, 27 831, nr. 15; 2005.
2 De analyses, op grond waarvan deze column is geschreven, zullen gerapporteerd worden in het boek ‘Methodiek van Toezicht en Handhaving’, dat later dit jaar bij Boom zal uitkomen.