1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. Vide-lustrum: boek, congres, reflectie en vooruitkijken

Vide-lustrum: boek, congres, reflectie en vooruitkijken

In 2001 werd Vide opgericht. Toezicht, inspectie, handhaving  en evaluatie waren booming business: politiek en samenleving zagen in handhaven, toezicht en inspectie, maar ook in evaluatie een belangrijke waarborg voor een doelmatige en doeltreffende overheid. Het zou moeten leiden tot een keurige bedrijfsvoering, goede prestaties zonder al te veel vervelende neveneffecten en duurzame kwaliteit van instellingen in de publieke sector.

Als tegenspelers van ondernemingen in commerciële markten werden ook nieuwe soorten toezichthouders opgericht. Zij zouden als marktmeesters een forse bijdrage moeten leveren aan de regulering van die ‘nieuwe’ markten, die onder meer door privatisering van voormalige overheidsbedrijven bezig waren te ontstaan. Ook leefde de idee dat beleidsuitvoering doelmatiger en doeltreffender kon zijn: evaluatieonderzoek en de rol van auditing stonden stevig in de belangstelling.

Bij zo’n booming business hoort een beroepsvereniging. Vide is mede tegen die achtergrond opgericht. Ten opzichte van een aantal andere Europese landen was dat wel aan de late kant. Daar waren al eerder in de jaren negentig beroepsverenigingen voor evaluatoren, inspecteurs en soortgelijke professionals van de grond gekomen. Wel werd in Den Haag begin jaren negentig de overkoepelende European evaluation society (EES) opgericht. Blijkbaar waren we toen - al? - zo Europees georiënteerd dat het eigen land vergeten werd.Inmiddels heeft Vide ruim 250 individuele leden en enkele tientallen institutionele leden, variërend van de Autoriteit Financiële Markten tot de Inspectie van het Onderwijs, van de Inspectie Werk en Inkomen tot de Voedsel en Warenautoriteit, en van het Staatstoezicht op de Mijnen en de Algemene Rekenkamer tot de Inspectie Verkeer en Waterstaat. 

Was de oprichting van Vide verbonden met booming business, het verschijnen van het lustrumboek op 28 september aanstaande in Maastricht tijdens het lustrumcongres staat in een wat ander daglicht. Toezicht, inspectie en handhaving zijn onder vuur komen te liggen.

De kritiek is niet eenduidig en komt van verschillende kanten. Het bedrijfsleven praat over de exponentieel toegenomen toezichtlast - ‘toezicht als zelfrijzend bakmeel’ - maar consumenten willen juist meer en beter toezicht: ‘pech moet weg’. En de politiek wisselt de roep om nieuwe toezichthouders af met oekazes tot samenwerking en minder toezicht.

De door Bureau Velders-IMC uitgegeven nieuwsbrief Toezicht in het Nieuws is never a dull moment. Keer op keer wordt bij kleinere en grotere maatschappelijke problemen om méer toezicht geroepen, snel daarna afgewisseld met de roep om minder van al deze overhead, zoals Roel Bekker, de huidige secretaris-generaal voor de vernieuwing van de rijksdienst, het ooit tijdens een debat bij de Algemene Rekenkamer noemde.

Het lijkt er op alsof toezicht en inspectie vooral een last is geworden, een niet eens zo noodzakelijk kwaad. Een bezuinigingsoperatie bij het Rijk, voortkomend uit het overleg van secretarissen-generaal van de ministeries en overgenomen door het kabinet-Balkenende IV, moet toezicht in de publieke sfeer kleiner, ‘eenduidiger’ en effectiever maken. Minder loketten, minder ‘sorrow and pain’ voor de toezichtgenietenden.

Dit alles biedt óok tal van uitdagingen. Kunt u zich een toezichthouder of inspecteur voorstellen die alleen met ‘mooi weer’ zijn of haar werk doet? Cynisch gezegd is mooi weer voor de toezichthouder: een zwakke interne governance van organisaties, wetten en regels die veel eisen en lang niet altijd spontaan worden nageleefd, ‘pech’ (die eigenlijk weg moet) en veel onduidelijkheid die de toezichthouder kan verhelderen….. via tellen, turven, toetsen en het doen van verbeteringsvoorstellen.

Neen, Vide-professionals zijn óok gewend tegen de wind in te zeilen en hebben óok oog voor wat de onder toezicht gestelde zelf aan  prikkels heeft de zaak niet te vernachelen. Daar komt bij dat, in lijn met Friedmans The World is Flat (2006), burgers steeds belangrijker worden, als het gaat om democratische controle en toezicht.

Of omdat de burger, via google-gegevens, you tube-data en Wikipedia of look-a-likes zélf in staat is na te gaan wat de value for money is van wat hem wordt geleverd, óf omdat de burger gebruikmaakt van data en kennis die publieke sectororganisaties, waaronder toezichthouders en onderzoeksinstituten als inhoudelijke open sources aan hem aan bieden.

Wie daaraan toevoegt dat in tal van marktsituaties marktpartijen zelden of nooit de neiging hebben zich als cowboykapitalisten te gedragen, maar, integendeel, veel waarde hechten aan de klant als repeat players - één klant is geen klant - zal met mij constateren dat alle kritiek en rumoer rondom het huidige toezichts- en inspectiegebeuren, óok prachtige uitdagingen biedt.

Komt dus allen naar Maastricht en voer het debat!

Frans L. Leeuw
voorzitter van Vide