1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. Van toezichtslast tot toezichtlust!

Van toezichtslast tot toezichtlust!

De IG van de nVWA stond voor een groep managers. “Toezicht” zo hield hij zijn gehoor toe, “is een ‘added value’ voor de ondertoezichtgestelden, toegevoegde waarde aan het product. Als ‘public servants’ hebben we een toezicht taak in deze moeilijke tijd; een tijd van internationalisering, waarin het Nederlands BNP sterk afhankelijk is van export en waar er een overgang zal plaatsvinden van kwantiteit naar kwaliteit door innovatie en nadruk op duurzaamheid. Een tijd waarin de beroepsbevolking zal verouderen met als gevolg dat minder mensen voor meer mensen geld moeten verdienen; dat kan alleen door flexibiliteit en slim produceren.”.[1] De aanwezige toezichthouders knikken instemmend. Als dat eens zou kunnen, toezicht als een lust in plaats van een last. ‘Added value’, we hebben dat wel eens anders gehoord. Met name in de motie Aptroot werd toezicht een te reduceren iets, een last die minder zwaar zou moeten drukken op de ondertoezichtgestelden. Hup, 25 % eraf!

Dat toezicht maatschappelijk nuttig is, betwijfelt geen mens, al weet niemand precies hoe effectief of nuttig toezicht nu eigenlijk is. Maar dat iedere ondertoezichtgestelde het op hem uitgeoefende toezicht als een added value zou beschouwen, lijkt een verre droom. Strikt genomen is toezicht immers nooit welkom; voor wie zich aan de regels houdt is toezicht overbodig, en wie zich niet aan de regels houdt, is ook niet blij met bezoek van de toezichthouder.

Maar wat als toezicht inderdaad ‘toegevoegde waarde’ aan het product geeft?! Dat zou richting bedrijven een synthese zijn van perspectieven, die normaal als elkaar licht bijtend worden gezien; productie zonder zich te hoeven houden wettelijke voorschriften en productie onder voorwaarde van rechtmatigheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ik zie twee scenario’s dichter bij komen:

  • Bedrijven willen zich eigenlijk graag aan de regels. Ieder zich respecterend bedrijf zegt, dat ze zich uit overtuiging aan de regels houdt. In dit scenario is toezicht een reminder, een welkome herinnering aan de zelf gekozen plicht, desnoods door middel van een boete. De nVWA als morele, maatschappelijke wek-service.
  • Als we nog een stap verder gaan, zou toezicht een brevet van vermogen tot rechtmatigheid moeten kunnen verlenen, een test die ieder bedrijf en iedere persoon graag wil ondergaan, een lat waar men over heen wil springen. Ik moet denken aan bedrijven die zich enorme moeite getroosten om een keurmerk te halen en aan goede middelbare school leerlingen die juist erom vragen om getest en getoetst te worden. In mijn verbeelding zie ik het keurmerk ‘gemaakt onder toezicht van de nVWA’, of voor de export (net als de uitdrukking ‘made in Germany’) ‘made and tested in the Netherlands’. Toezicht heeft dan de functie van assurance, de bevestiging dat het productieproces en het product voldoen aan eisen van veiligheid, kwaliteit, mens en omgeving, aan eisen van rechtmatigheid, fair competition en integriteit. Een soort integraal keurmerk dus. Bedrijven zouden erom moeten willen vragen in plaats van het te willen vermijden.

Het is altijd het ideaal van iedere toezichthouder geweest om te overtuigen eerder dan af te schrikken, om zichzelf overbodig te maken door de spontane neiging tot naleving, tot omarming van de collectieve waarden, te laten groeien tot ze massaal is. Gewenst toezicht, added value, is dan net een stap verder.

Binnenkort verwacht ik weer een toename van het aantal toezichthouders en stijgende budgetten voor toezicht; van added value heb je immers nooit genoeg. Nog één ding. Aptroot laten we erom vragen – op zijn knieën.

[1] De betrokken IG, Wim Schreuders, verlaat per 31 december 2012 de nVWA, en zal op 13 januari 2013 in Den Haag de nieuwjaarstoespraak van Vide voor zijn rekening nemen.