1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. U wordt onder therapie gesteld

U wordt onder therapie gesteld

 

Al maanden kom ik niet toe aan het schrijven van een nieuwe column, en dit heeft een reden. Het afmaken van mijn boek Goed Toezicht kost mij meer tijd en hoofdbrekens dan ik verwachtte, maar het is bijna zover; rond Kerst 2013 ligt het in de boekhandel – meer dan 700 bladzijden dik! Het WRR rapport over toezicht was mij voor; het verscheen officieel maandag 9 september 2013. Ik mocht bij de presentatie in Den Haag aanwezig zijn en heb het rapport inmiddels gelezen. Om hier een verslag of evaluatie van te maken, daar is het onderwerp te groot en het rapport (met bijlagen) te dik. Ik behandel daarom een klein onderwerp.


In het WRR-rapport wordt de in het toezicht gebruikelijke uitdrukking ‘onder toezicht gestelden’ gebruikt, dat waarop de ‘toezichthouder’ toeziet. Dit zijn de personen of bedrijven waar de normen van een wet betrekking op hebben. In elk boek of beleidsrapport wordt de term gebruikt en ook bij de presentatie in de zaal van de Raad van State viel de term herhaaldelijk.


Ik stoor mij hieraan, als burger, die onder toezicht is gesteld, als directeur van een bedrijf, dat onder toezicht is gesteld en als wetenschapper, die bij zijn weten niet onder toezicht is gesteld anders dan het toezicht van meedenkende collega’s. Dit woordgebruik is mijns inziens misleidend, zo niet fout en wel hierom. Formeel gesproken wordt er niemand ‘onder toezicht gesteld’. Er zijn wetten met normen en die normen hebben betrekking op bepaalde doelgroepen en gedragingen; er zijn dus normadressaten. Er wordt bij wet echter niemand ‘onder toezicht gezet’. Als er iéts bij wet wordt geregeld, dan wordt er bij wet - en per wet - een toezichthouder aangesteld. We kunnen dus prima spreken over ‘de als toezichthouder aangestelde’; dat is wel een realiteit.


Het is niet alleen een evident fout woordgebruik, er zit iets veel ergers achter, namelijk de stille denkfout, dat een overheid, inspectie of autoriteit, die boven de mensen staat. Toezicht vindt plaats in een hiërarchische relatie, zegt de overheid al eeuwen en sinds over toezicht geschreven wordt, zeggen academische schrijvers hen al jaren na. Ook dit klopt niet. Het is al eeuwen een staatsrechterlijke cliché dat de overheid er niet is om eigen belangen te dienen, maar om de burgers en de samenleving te dienen. En de overheidsdienaar dient de overheid, die de samenleving en de burgers dient. ‘De overheid is ons personeel’, zei de cabaretier Wim Kan eens – en hij bedoelde het niet als scherts. Als er iémand of iéts boven iets of iemand staat, dan staat de burger en de samenleving boven de overheid.


Er is 1 betekenis waar het begrip ‘onder toezichtstellen’ terecht is, wat wijst op bijzondere status, namelijk de maatregel van het ‘verscherpt onder toezichtstellen’. Dit kan bij bedrijven, maar ook bij overheidsorganisaties; als ze het niet zo goed doen, het nog slechter dreigen te doen en het niet uit zichzelf beter gaan doen. Kijk, daar heeft het zin om over ‘onder toezichtgestelde’ te spreken, niet bij vrije burgers en vrije bedrijven.
 

Dus, toezichthouder, inspecteur of overheidsdienaar, u doet mij een groot plezier en de waarheid meer recht door voortaan te spreken over ‘toezicht ontvangende partij’ (TOP). Een toezichthouder is dan een ‘toezicht uitoefenende partij (TUP)'. Het is even wennen, maar nu u de achterliggende redenen begrijpt, zult u de redelijkheid van mijn verzoek inzien. Mocht u dat als toezichthouder en overheidsdienaar niet automatisch goed doen, dan zult u worden geholpen – zo gaat dat met partijen die de norm niet uit zichzelf halen. U wordt dan onder therapie gesteld, ‘Hiërarchische-AUtoriteits-Ontwennings-Therapie’ (HAUOT). Het zal even (ont)wennen zijn, maar na afloop spreekt u moeiteloos over TOPS en TUPS. Afgesproken?!

[1] WRR. (2013) Toezien op publieke belangen. naar een verruimd perspectief op rijkstoezicht. WRR-rapport 89.