1. Home
  2. Nieuws
  3. Vide columns
  4. Innoveren of achteruitgaan? Een reflectie op een Vide-bijeenkomst.

Innoveren of achteruitgaan? Een reflectie op een Vide-bijeenkomst

Wie stilstaat, gaat achteruit, zegt het gezegde. Beetje merkwaardig, want om stil te staan, moet je dus vooruit gaan. Tegenwoordig kun je niet genoeg vooruitgaan of vernieuwen, zeg maar innoveren. Innoveren moet. Innovatie is voor veel bedrijfstakken meer dan een mode, het is noodzakelijk om te overleven. Voor toezichts- en handhavingsorganisaties geldt die noodzaak niet, in de eerste plaats omdat de dwang van de markt, de dreiging van faillissement, niet voor overheidsinstanties geldt. Innoveren is wellicht om die reden niet echt ingebed in de cultuur van toezicht en handhaving; die is per definitie en traditie wat behoudender, gericht op het bewaren en bewaken van de normen en kwaliteiten die – in het verleden ! - democratisch zijn afgesproken. De politie heeft al 30 jaar een innovatieprijs voor de beste innovaties, maar toen ik 15 jaar geleden aan de werkgroep ‘adequaat toezicht’ de suggestie deed om ‘innoveren’ deel te laten zijn van de adequate toezichtscyclus, gaf men mij wel gelijk, maar  kreeg ik het niet. De huidige standaard toezichtcyclus is wel een verbetercyclus (immers lering en feedback)1 maar geen innovatie cyclus (waarbij de mogelijkheden fundamenteel toenemen).

 

En toch gebeurt het tegenwoordig gelukkig wel, innoveren binnen het toezicht van inspecties en autoriteiten. Van de week was ik op één van de onvolprezen Vide bijeenkomsten, dit keer over ‘burgerparticipatie in toezicht’. Eigenlijk was het een dubbelbijeenkomst over innovaties; 1. toegang tot het sociaal domain (samenwerking van een aantal inspecties) en 2. inzet van smart technology (AI, artificial intelligence) bij toezicht. In het eerste project “gingen mensen met een licht verstandelijke beperking met een verzonnen hulpvraag op zoek naar hulp. Ze zochten op websites, stuurden mails, vulden formulieren in, belden en bezochten loketten van verschillende gemeenten. De mystery guests hebben ook zelf aan de gemeenten verteld wat ze ervan vonden”. Het tweede praatje ging hierom: “De NVWA gaat apps inzetten om burgers voor te lichten, om signalen afgeven en melding doen te vergemakkelijken en eenvoudig in contact te blijven met de burgers. Hoe herken je een tijgermug? Kan ik deze vis nog wel eten?” Oftewel; “Hoe kan techniek bij toezichtsorganisaties vanuit burgerperspectief worden ingezet.” Een app diagnositiceert een foto als 85 % kans op tijgermug! Voila!

 

Beide verhalen waren onderhoudend, informatief en aanstekelijk. Het eerste project in het sociaal domein (TSD) betrof een sociale innovatie, het tweede, een AI-project van de NVWA, een technische innovatie, maar ze hebben een kenmerk gemeen. Ze raken namelijk beide aan een centraal governance issue, namelijk de verdeling van verantwoordelijkheden bij normering en toezicht. Traditioneel verzamelt de toezichthouder zelf de informatie over gedrag, beoordeelt of het conform een wettelijke norm is en besluit op basis daarvan al dan niet te interveniëren. In beide innovaties wordt de burger cruciaal bij informatieverzameling. Dat is nieuw, al ligt het in het verlengde van klagen, melden, signaleren en klikken. Nieuw is ook, dat in het eerste project een burgergroep uitdrukkelijk zelf beoordeelt en daarmee de daaropvolgende interventies stuurt. Die burgerbijdrage aan het toezicht is bij de tweede stap veel implicieter; met een tijgermug- en rotte vis-app in de hand is iedere burger een potentiele inspecteur, toezichthouder en handhaver. Maar daarmee gaat de burger zich ook verantwoordelijk voelen voor de normering, de beoordeling en de interventie en zich vragen stellen als: Waarom zou ik bijdragen aan toezicht, wat win ik ermee, wat wint de samenleving ermee? Ben ik het eens met de normering en sta ik wel achter de potentiele interventie die de toezichthouder op basis van mijn participatie straks gaat ondernemen? Verandert op deze manier niet mijn relatie burger-viswinkel, of verandert zo niet de samenleving in een Surveillance State?2


De moraal is deze. Het burger perspectief dient niet onderwerp te zijn van een enkel experiment (zoals de twee projecten), maar dit zou – structureel en systematisch - centraal moeten staan bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van beleid en toezicht.  In governance termen; het overall doel moet niet zozeer zijn dat burgers en bedrijven op een nieuwe, incidentele manier bijdragen aan het toezicht (dat is overigens prima), maar het toezicht dient altijd, overal, systematisch bij te dragen aan burgers en bedrijven. Op dit moment kijkt toezicht teveel naar beleid, wetten en ministeriele verantwoordelijkheid (formele verantwoording en ambtelijk-democratische legitimatie; het overheidsperspectief) en te weinig naar de problemen, inzichten, ervaringen en meningen van burgers en bedrijven (informele verantwoording en legitimatie naar de samenleving toe; het burgerperspectief). Kortom, toezichthouder, let op uw governance! Technisch innovatief toezicht dient samen te gaan met sociale innovaties in het toezicht. En - meer fundamenteel - als toezicht deze spanning tussen overheidsperspectief en burgerperspectief niet goed oplost, gaat dit ten koste van het toezicht – en van de samenleving! Hierbij stilstaan  is de echte vooruitgang!

 

Dick Ruimschotel, Good Governance Centre, september 2019, ruimschotel@t11.net.

 

1) Ik doel hiermee op de methodiek van het ‘adequate handhavingsproces’, zoals beschreven door de Landelijke Coördinatie Commissie Milieu (LCCM) in 1998 en als uitgangspunt genomen in het professionaliseringstraject ‘kwaliteitscriteria’ (tussen 2002 en 2009) alsook in mijn boek Goed Toezicht (2014).

2) Lees over het ‘toezicht’ vanuit internationale bedrijven ‘The Age of Surveillance Capitalism’ door Shoshana Zuboff, 2018.