1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. Heel goed, die agressie trainingen voor functionarissen!

Heel goed, die agressie trainingen voor functionarissen!

 

‘Neem jij de auto maar’, had ik tegen mijn vrouw gezegd ‘ik ga wel met OV.’ Omdat mijn vergadering vroeg begon, 09.00 uur in Gouda, was ik om 7.30 in de hal van Centraal Station Amsterdam. Mijn trein zou om 7.49 vertrekken, dus had ik nog wel tijd om een kopje koffie te halen. De vriendelijke dame maakte van mijn cappuccino een waar kunstwerk, liet de melk opstomen, sloeg drie keer hard met het kannetje op het houten blad en liet de melk toen heeeel langzaam in het koffieglas stromen - alsof er een Michelin ster mee te verdienen was. Deksel er voorzichtig opdrukken …., weer een minuut. Getver, nou moest ik toch nog haasten, maar ik had nog enkele minuten, zag ik. Trein stond geduldig te wachten, toch maar flink doorlopen, waardoor de hete koffie uit een daartoe speciaal geprepareerd gaatje over mijn vingers klotste. Tot mijn starre verbazing zag ik, samen met enkele mede passagiers, de trein vertrekken; ruim 1 minuut voor de aangekondigde vertrektijd! Blijkbaar vertrekt de NS, uit angst om te laat te vertrekken, nu te vroeg!

 

Geen nood, als ik op het tegenovergestelde perron de trein naar Utrecht nam, zou ik vandaar vast nog redelijk op tijd in Gouda arriveren. Op station Utrecht aangekomen hoorde ik via de luidsprekers dat er ‘een botsing met een persoon’ was geweest; veel treinverkeer was daardoor ontregeld. Een gevoel van anonieme compassie welde in mij op - die eerste herfstdagen maakt niemand vrolijk! Mijn verbinding naar Gouda was, dacht ik, niet getroffen, maar voor de zekerheid (hoe ouder ik word, hoe meer zekerheid ik zoek!) vroeg ik het toch maar even aan de NS-dame met bril en rood hoedje, die in een hokje onder het bordje Service reizigers te woord stond. Bij het horen van het woord Gouda, riep ze dat ik verderop in de hal naar buiten moest en dan naar buiten; de bus naar Woerden, die moest ik hebben. Ik keek vertwijfeld in de door haar aangeduide richting; een enorme hal strekte zich uit in westelijke richting. Ze knikte ongeduldig aanmoedigend en ik slikte verder aarzelen in. En warempel, na 50 meter zag ik bordje met een bus erop en een roltrap naar buiten. Perron C stond er triomfantelijk boven enorm groot bord met wel 100 gekleurde plaatsnamen, die om mijn aandacht streden. De chauffeur van de bus naar Woerden zei, dat ik beter nog een kwartiertje kon wachten op de bus naar Gouda zelf. Mijn vergadering zou zo langzamerhand wel begonnen zijn en inderdaad verscheen er een sms’je van mijn gespreksgenoten ‘of ik al opschoot’. Ik sms-te terug dat dit niet het geval was en dat ze beter konden beginnen. Net op tijd, want nu viel mijn telefoon ook uit.

 

Ik had het gehad met bussen, terug naar mijn eerste liefde, de trein. In de hal van CS zat de mevrouw met de bril en het rode hoedje er nog steeds. Ze gaf geen blijk van herkenning, wat ik haar geen moment kwalijk nam. “u heeft mij verwezen naar de bus” zei ik “maar de bus naar Woerden heb ik gemist en die naar Gouda bleek na een half uur wachten niet te gaan”. “Oh, maar dan heeft u op de verkeerde bus staan wachten” zei ze, terwijl ze me licht verwijtend aankeek “u had de NS bus moeten hebben aan het eind van de gele bordjes”. “Maar mevrouw”, zei ik vertwijfeld “u heeft het woord NS-bus niet gebruikt en mij ook niet gewezen op gele bordjes, noch mij gezegd, dat ik het busperron C NIET moest hebben!’. Uit frustratie over mijn tocht met hindernissen was een lichte ergernis in mijn stem hoorbaar. Het rode hoedje pikte dit haarfijn op. “Aha, u wordt agressief, dan hoef ik helemaal niet meer met u te praten!” Ik voelde mij nog steeds volledig in controle over de nu inderdaad opkomende boosheid, maar ik zei beheerst “dan zou ik graag een klacht over u willen indienen. Mag ik uw naam?”. “Die hoef ik u niet te vertellen’ zei ze triomfantelijk en wendde zich demonstratief tot de reiziger achter mij. Nu werd ik inderdaad boos. “Aan deze mevrouw hebt u niets”, riep ik achterom tegen mijn medereiziger toe, en beende weg. Een trein, mijn paard voor een naar Gouda rijdende trein! Treinen reden er nog niet, dus ben ik alsnog de gele borden gevolgd naar een NS-bus die mij naar Woerden zou brengen. Uiteindelijk stapte ik om 10.40 de vergaderzaal binnen. De laatste persoon was net 1 minuten geleden vertrokken, zei de koffiejuffrouw, en of ik nog koffie wilde.

 

In de stoptrein terug naar Amsterdam heb ik mijn column geschreven. Dan was mijn reis tenslotte niet voor niets geweest. Die agressietrainingen, die zijn zo gek nog niet, bedacht ik nog; die zou ik eens moeten volgen. Een keer goed boos worden, zou dat niet enorm opluchten?!

 

P.S. Ik ben volledig bereid om mee te werken aan een compositietekening van een blonde dame met bril, die tussen 8.00 en 9.30 het inlichtingen loket in de hal van Centraal Station in Utrecht bemenste.

 

Dick Ruimschotel

26 oktober 2018

ruimschotel@t11.net