1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. Een bevlogen mens op het ministerie….
Een bevlogen mens op het ministerie….
column voor Frans Leeuw
 

Uit mijn jongelingen jaren herinner ik mij een typering van een hoogleraar als ‘een sofist aan de academie’. Het ging over de hoogleraar psychologie, Van den Berg, schrijver van het boek Metabletica; de leer der veranderingen.[1] Van den Berg, van oorsprong psychiater, bekleedde de leerstoel ‘fenomenologische methode en conflictpsychologie te Leiden. De titel Metabletica intrigeerde mij enorm, maar ook de uitspraak ‘sofist aan de academie’. Was betekende die uitspraak? Was er op de academie geen plaats voor sofisten?  Was de opmerking bedoeld om iemand te declasseren, uit te schakelen? Defameren in plaats van disputeren? Spreekt hier, naast kritiek, wellicht toch een mengeling van bewondering en jaloezie?

 

Naar aanleiding van de affaire ‘beïnvloeding van onafhankelijk WODC door het ministerie van veiligheid en justitie’ moest ik, met Frans Leeuw meelevend, vaak aan deze uitspraak terugdenken. Wat had de goede Frans toch fout gedaan? En als fout, hoe groot was die fout nu eigenlijk? En wat wil een fout zeggen tegen de achtergrond van ruim 15 jaar directeurschap? Maar ook; wat deed Frans nu toch op dat ministerie? En het onafhankelijke WODC gewoon in hetzelfde gebouw als de beleidsafdelingen; is dat niet het spek op de kat binden?

Sam komt Moos tegen in de Kalverstraat. Zegt Sam, “Ken je die grap over de beïnvloeding van onafhankelijk WODC onderzoek door het ministerie van veiligheid en justitie?” “Nee”, zegt Moos. Zegt Sam weer “Klopt, want die was er ook niet”.

Moeten we achteraf spreken van een affaire, een oefening in rechtschapenheid, ambtelijke hysterie, een incident, een mooi voorbeeld van een politiek correcte reactie of toch een overreactie? Hoe we hier nu ook over denken, de dingen zijn gegaan zoals ze gegaan zijn. Frans is opgestapt, daarmee de eer houdend aan zichzelf, maar in feite toch met zijn eer bezoedeld. Niet voor mij; Frans, voor mij ben je nog steeds een rechtschapen man, un homme honnête! En daarom ga ik naar je afscheidsbijeenkomst op het ministerie en daarom schrijf ik je deze column.

 

Terug naar de sofist op de academie. ’s Ochtends jagen, s middags vissen’ was een bekende uitspraak van Van den Berg. Hoe mooi en hoe wijs gezegd! Die titel heb ik mijn leven lang als motto proberen op te volgen; ’s ochtend werken en de middag gebruiken voor de andere mooie dingen des levens; het vissen in overdrachtelijke zin (want vissen doe ik niet); zwemmen in de rivier, lunchen van 2 tot 4 met wijn, lezen tot het boek uit is, muziek beluisteren of beoefenen, met vrienden galeries afstruinen, de tuin 3 x omspitten. Maar het lukt me gewoon niet. De mens werkt te hard en leeft te weinig.

 

En hier komt de brille van Frans. Frans werkt, vergadert en congresseert alsof werk een feest betreft, het mooie leven zelf. En een feest behoeft een feestredenaar. Komt goed uit, want Frans ís een feestredenaar; de meest duffe vergadering kon Frans omtoveren in een bevlogen discussie. Niet alleen omdat hij tal van academische titels uit zijn mouw schudde, maar omdat hier een geïnspireerd en enthousiasmerend mens sprak, wetenschapper, onderzoeker, denker, maar vooral ook een levend, voelend, vrijuit sprekend mens.[2] Vroeger gebruikten we voor zo iemand de titel Mensch zoals in de uitdrukking ‘Mensch, durf te leven’.[3] Ik heb Frans ooit ontmoet, begin jaren 90, toen hij nog werkte bij de Algemene Rekenkamer. Maar ik ken hem het best als voorzitter van Vide, eigenlijk de eerste echte na de oprichtingsvoorzitter. Alle vergaderingen waren live, een steekspel van woorden, waarbij sterke waarderingen en emoties  niet werden geschuwd. Ook op Vide congressen trakteerde Frans, breed sprekend, ons op zijn flux de bouche. Eens waagde ik mij op een congres dat Frans voorzat, de spreker voor te houden dat zijn uitspraken plausibel waren en wellicht waar, maar had zijn boodschap draagvlak in de wereld van het toezicht? “Draagvlak”, meesmuilde hij “ik krijg uitslag bij het woord alleen. Waarom moet iets draagvlak hebben?!” Want Frans is behalve charmant, ook behoorlijk fel, een ‘polvermenneke’ , een vaatje buskruit, volgens zijn lieve Limburgse moeder. Wel twee congressen lang heb ik mijn mond niet durven open doen. Maar nu doe ik het nog 1 x wel en wel in zijn bijzijn, nu hij weggaat. Weggaan? Weggeprest, zal ik bedoelen. Het draagvlak viel opeens weg.

 

Ik heb een commissie gevormd (van 1 man, mijzelf) en ik kom na grondige studie tot een aantal aanbevelingen.  

  • Een (schijnbaar) incident mag voortaan niet meer als losstaand incident onderzocht worden met het oog op het constateren van fouten en ander falen zonder de bredere achtergrond van presteren en functioneren. Het moet maar eens uit zijn met de obsessie van media en politiek met incidenten.
  • Emails op het werk gelden als een persoonlijke vorm van professioneel communiceren en mogen volgens mij en de weg AVG niet gepubliceerd worden (ook niet in onderzoek van commissies die schijnbare incidenten onderzoeken) zonder dat daar grote publieke belangen mee gediend zijn.

Misschien dat een aantal ministeriele commissies zich over deze aanbevelingen zouden kunnen buigen. Ik wacht het oordeel deemoedig af, maar denk intussen vast met weemoed aan de tijd dat er nog een Mensch op het Ministerie zat.

 

 

Dick Ruimschotel

december 2018

ruimschotel@t11.net.

 

 

 

 

 

[1] Jan Hendrik van den Berg. Metabletica. De leer der Veranderingen - beginselen van een historische psychologie. Callenbach, Nijkerk, 1958.

[2] Het leuke van Frans was dat hij altijd anderen citeerde, hoewel hij zelf zoveel wetenschappelijke artikelen en boeken heeft afgeleverd, dat hem het eeuwige leven is beschoren in Popper’s derde wereld, de door de mensheid gedeelde kennis.

[3] Lied uit 1917, gezongen door Jean-Louis Pisuisse, later ook nog eens vertolkt – als lied en als levensmotto - door Ramses Shaffy.