1. Home
  2. Nieuws
  3. Verschenen columns
  4. De ombudsman als ‘maatschappelijk toezicht’! Kies opnieuw!

De ombudsman als ‘maatschappelijk toezicht’! Kies opnieuw!

Laat ik - voor de verandering - eens actueel doen. De ombudsman, daar is veel over te doen geweest, namelijk ‘moet Van Woerkom, ex directeur ANWB, de nieuwe ombudsman worden?’. De meningen daarover waren verdeeld; de commissie van voordracht was voor Van Woerkom, een deel van de Marokkaanse gemeenschap was tegen.  De Kamer was voor, maar nu is Van Woerkom zelf weer tegen en heeft zich teruggetrokken.

 

Nu denkt u dat ik ga zeggen of ik ook voor dan wel tegen Van Woerkom ben, maar dat doe ik niet. Ik ga het u namelijk zelf vragen ‘bent u zelf voor of tegen Van Woerkom?’ Zeg nog even niks, want ik wil eerst de iets uitleggen over de functie – het is namelijk belangrijk eerst een goed beeld te hebben van wat de functie eigenlijk voorstelt vóórdat men het heeft over kandidaten. Dus eerst ‘wat is de juiste plaats’ en dan pas ‘wat is de juiste persoon’. Zo is het toch!? Ik heb in het gekrakeel rond de post (debatten via media lijken eerder op gekrakeel dan discussie) een goed debat gemist over de aard van de functie.  Uiteraard heeft men geroepen dat zo iemand van onbesproken gedrag moet zijn en alle Nederlanders moet kunnen vertegenwoordigen, maar dat geeft weinig houvast als je iemand moet zoeken of beoordelen.

 

Wellicht helpt het te weten dat de Nationale Ombudsman een variant is van wat ik ‘maatschappelijk toezicht’ noem.  Kenmerken van maatschappelijk toezicht zijn:

  • hanteren van een maatschappelijk normenstelsel (dus niet alleen van wat er in de wet staat, rechtmatigheid, maar uitgaan van noties van redelijkheid en rechtvaardigheid).
  • actief rondkijken in de samenleving en optreden als tegenwicht tegen de uitwassen van macht (misbruik, passiviteit, onzorgvuldigheid) van de twee hoofdpartijen uit de maatschappelijke driehoek: de overheid dan wel het bedrijfsleven.
  • afwezigheid van een sterk geformaliseerde procedure (‘schrijf een briefje’) en van eigen machtsmiddelen anders dan via argumenten en eigen opgebouwde autoriteit.

Als maatschappelijk toezicht zie ik een bont gezelschap: NGO’s zoals Amnesty of Transparency International, de media, consumentenprogramma’s als Kassa of Keuringsdienst van Waarde en tenslotte ook actiegroepen (niet allemaal; Greenpeace wel, de stichting ‘Red Kinderboerderij Het Biggetje’ niet). Sommige groepen of instanties zitten op de rand; de Tweede Kamer fungeert in mijn ogen soms ook als maatschappelijk toezicht, bijv. bij het vragenuurtje of bij parlementaire enquêtes.

 

Bijna alle maatschappelijk toezicht is ‘zelfbenoemd’, het is een optreden voor iets of iemand anders vanuit een gevoelde maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het merkwaardige en mooie van een Ombudsman is, dat ie wel benoemd is, en deel uitmaakt van de cluster van instanties die hij kritisch bekijkt; centrale en decentrale overheden. Hij lijkt dus op een soort kritische interne toezichthouder, die zich eerder met de burger identificeert dan met de overheid zelf.  Maatschappelijk toezicht is iets anders dan belangenvertegenwoordiging door branches, vakbonden of autobonden als de ANWB. Het gaat bij de Ombudsman namelijk niet om inbreng van belangen, maar van waarden. Ik houd van maatschappelijk toezicht, omdat het zo niet de motor, dan toch de stimulator of de waakhond is van maatschappelijke rechtvaardige vooruitgang. Functies met een vergelijkbaar aureool en een vereiste deskundigheid zijn wijze niet te legalistische rechters, wetenschappers die ‘waardenvolheid’ even belangrijk vinden als waardenvrijheid of parlementariërs met statuur en met heel Nederland als achterban. Als ik heel Nederland zou zijn, zou ik Femke Halsema als Ombudsvrouw willen.

 

Haalt u zich de persoon van Van Woerkom nog een keer voor de geest, terwijl ik het u nogmaals vraag ‘Bent u voor of tegen Van Woerkom?’   En ikzelf?  Ik zelf zeg niets, ik ben slechts een neutrale stukjesschrijver.

 

Dick Ruimschotel (ruimschotel@t11.net)

 

P.S. Ik moet helaas mijn uitnodiging aan alle lezers om op 24 juni aanwezig te zijn bij de presentatie van mijn boek Goed Toezicht (zie vorige column) opschorten. Ik ben dan wel klaar, maar de drukker niet. Het wordt dus ergens in september, maar u hoort van mij – of van Vide – nog wel nadere details.