Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van Vide en neem een gratis abonnement op Vide Nieuws: onze nieuwsbrief.

  1. Home
  2. Activiteiten
  3. Overzicht van activiteiten

Nieuwjaarsbijeenkomst (27/1/2005)

Lezing van Frans L. Leeuw, voorzitter Vide- Beroepsvereniging Toezichthouders, uitgesproken als Vide-Nieuwjaarslezing op 27 januari 2005 te Den Haag.


VERTROUWEN IN TOEZICHT VERSUS TOEZICHT OP VERTROUWEN?

 

 

Toezicht onder druk

 

Toezicht en inspectie staat onder druk. Een recent WRR rapport maakt gewag van een ‘performance paradox’, omdat toezicht professionaliteit kan stuk maken. In deze krant publiceerden jongere beleidsambtenaren onlangs een manifest dat deels neerkwam op een pleidooi voor minder toezicht en controle. Soms ---zonder het te weten--vergroten toezichthouders bestuurlijke sclerose en timmeren ze vernieuwingen dicht. Ook wordt er over gesproken dat toezichthouders �barriers to entry� veroorzaken. In de VS wordt geschreven over de aantallen doden die de Food and Drugs Administration op zijn geweten zou hebben door te strak aan bepaalde protocollen en eisen vast te houden en door ingekapseld te zijn in de wereld van de (farmaceutische) industrie. Al dat soort ontwikkelingen vergroten het vertrouwen in toezicht niet.

 

 

Tegelijkertijd weten we ook dat er op tal van plekken in de samenleving, ook het afgelopen jaar weer, geknoeid en gerommeld is, wetten lang niet altijd worden nageleefd, ziekenhuizen gebouwd worden zonder de vereiste vergunning en tal van kwaliteitsproblemen binnen maatschappelijke organisaties bestaan die toezicht nodig maken. Gebrek aan toezicht kan het vertrouwen van mensen in organisaties daarom zeker ook verkleinen.

 

 

De bijdrage van toezicht aanmaatschappelijk vertrouwen: beeld vs werkelijkheid?

 

Een belangrijke vraag is derhalve wat toezichthouders en inspecties kunnen bijdragen aan het maatschappelijk vertrouwen. ‘Trust’ , ook wel sociaal kapitaal genoemd, is niet alleen op zichzelf een hoog goed, maar het is van belang voor de maatschappelijke welvaart en het maatschappelijk welzijn.

Onderzoek van socioloog Putnam toonde dat in de vroege jaren 90 voor Itali� aan, en tal van andere onderzoekers zijn hem gevolgd. De redenering is simpel. Als er vertrouwen, �geloof�, binding en bonding is tussen mensen en organisaties in de samenleving, dan nemen de transactiekosten van gedrag af, en die tijd en energie kan besteed worden aan mooiere dingen dan aan het dichttimmeren van contracten, toezicht en controle, ruzie, rechtszaken en rottigheid. Vertrouwen is dus een hoog goed dat ook nog bruikbaar is voor onze welvaart en ons welzijn. Zoveel is duidelijk.

 

 

Wat is nu het antwoord op de vraag wat toezicht kan bijdragen aan het vergroten van maatschappelijk vertrouwen? Toezicht -- in zijn beste vorm-- draagt ten eerste bij aan helderheid van wat partners van elkaar te verwachten hebben, en wat ze wel en niet mogen, resp. in de praktijk doen. Toezicht en inspectie produceert kennis over hoe ‘goed’ maatschappelijke organisaties het doen (scholen, ziekenhuizen, gevangenissen, [mede-]overheden enz.) en waarom. Toezicht is daarmee een wezenlijk onderdeel van een samenleving omdat wie nalaat na te gaan of wetten worden nageleefd en met welke effecten, de wereld meer onvoorspelbaar maakt. En daarmee kostbaarder. Immers, partijen (of het nu om ouders of om zakelijke partners gaat) moeten dan z�lf investeren in het verkrijgen van dat soort informatie. Ook wordt beweerd dat toezicht bijdraagt aan risicobeheersing en -reductie; door juist die gedragingen en organisaties te inspecteren die relatief risicovol zijn (vanuit bijvoorbeeld een fraude- of corruptie gezichtspunt), zouden de belangrijkste problemen niet alleen aangepakt kunnen worden, maar ook voorkomen. Dit alles vergroot het vertrouwen van mensen in elkaar en in de samenleving.

 

 

Tot zover het verhaal, de ‘redenering’, de beelden.

 

Worden zij geschraagd door empirische kennis over effecten van toezicht en inspectiewerk? Dan is er twijfel. Weten we eigenlijk wel wat de welvaartseffecten van toezicht zijn? Levert toezicht een positieve of negatieve bijdrage aan economische groei? Wat weet de toezichthouder eigenlijk z�lf van de effectiviteit van zijn werkzaamheden. Voor sommige toezichthouders is dat gemakkelijk vast te stellen dan voor andere (vergelijk Opta en NMA versus de onderwijsinspectie, de inspectie werk en inkomen, de ontwikkelingsinspecteurs enz.) Of weet de inspecteur vooral in hoeverre wetten en regels worden nageleefd? Maar watbetekent dat dan voor welvaart en welzijn? Waarom zijn er eigenlijk zo weinig krachtige empirische evaluatiestudies waarin effecten (en niet alleen ‘uitkomsten’) van toezichtactiviteiten beschreven zijn? En waarom zijn er wel meer en meer studies beschikbaar waarin op de negatieve gevolgen van toezicht en inspectiewerk wordt gewezen. "If IG-numbers go up (aantallen inspecteurs-generaal), policy effectiveness can go down" zegt Amerikaans onderzoeker Paul J. Light. Heeft dat te maken met het moeilijk van de grond komen van de sanering van de onderlinge verhoudingen tussen diverse soorten toezicht: toezicht gericht op naleving, interbestuurlijk toezicht ( tussen overheden) en toezicht op het functioneren van (verzelfstandigde) organisaties en markten en hun producten en processen. En, niet minder belangrijk, wat is de verhouding tussen publiek toezicht en toezicht vanuit de burger, bijv. door aansprakelijkheid civielrechtelijk af te dwingen �f door vanuit maatschappelijke groeperingen �toezicht� te activeren (denk aan de Stichting Rekenschap). Zijn dergelijke vormen van toezicht niet flexibeler en minder bureaucratisch dan het gebouw dat we thans hebben?

 

 

Hoe verder?

Was het niet Couperus die tegen studenten zei: ‘heren, heren, heren, het enige wat ik U kan adviseren is studeren,studeren,studeren’. Dat gebeurt gelukkig ook door toezichthouders. Vide als beroepsvereniging van toezichthouders, inspecteurs, handhavers en evaluatoren studeert op dit soort vraagstukken. In ambtelijk Den Haag is onder leiding van Rob Kuipers van het Ministerie van BZK een commissie bezig, die voor de zomer helderheid wil krijgen in �ok de vraag wat de maatschappelijke effectiviteit van toezicht is en wat haar bijdrage aan het maatschappelijk vertrouwen is. Ook is de commissie Sint aan de gang om het werk van een aantal inspecties door te lichten. En tenslotte bestudeert de commissie Alders, Gouverneur te Groningen, het interbestuurlijk toezicht. Mooi en belangrijk en het is te hopen dat er krachtige antwoorden op de effectiviteitvraag uit naar voren komen. Toezicht is er te belangrijk voor.

 

printen Terug naar het overzicht Stuur het door

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van Vide en neem een gratis abonnement op Vide Nieuws: onze nieuwsbrief.