Staatscouran: Rechtsgevoel
Wie in deze vakantieperiode met 140 kilometer per uur over een verlaten weg langs een flitspaal rijdt, krijgt een bekeuring. Het argument dat andere weggebruikers er geen last van hadden, zal de boete-innende instantie niet anders doen besluiten.
Deze rechtlijnigheid van de overheid komen burgers op tal van terreinen tegen. Bijvoorbeeld bij de procedures rond bouwvergunningen. Het feit dat de regels niet zijn gevolgd, is genoeg om in de problemen te komen. Of daarbij ook belangen van derden zijn geschaad, doet niet terzake.
Demissionair minister Hirsch Ballin van Justitie wil nu breken met deze traditie, maar dan alleen voor de overheid. Zo doet het er straks niet toe als bestuursorganen een ‘geschreven of ongeschreven rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel’ overtreden bij het nemen van een besluit. De enige voorwaarde om het besluit desondanks in stand te houden, is dat de belanghebbenden – de bezwaarmakers – niet direct worden benadeeld.
Het voorstel past in een weg die eerder dit jaar is ingeslagen met de Crisis- en herstelwet, waarbij ditzelfde principe al is geregeld voor een beperkt aantal projecten. De gedachte erachter is dat de slagvaardigheid van het bestuur niet langer mag lijden onder bijvoorbeeld de milieubeweging, die alle mogelijke juridische argumenten aangrijpt om haar zin te krijgen. Maar ook bedrijven en bewonersorganisaties doen er soms alles aan om besluiten te torpederen.
Dat procedures hierdoor te lang kunnen duren, staat buiten kijf. De vraag is echter tot hoever het rechtsgevoel van de burger op de proef kan worden gesteld bij het slagvaardiger maken van het bestuur. Een overheid die mensen bij het minste of geringste op de vingers tikt, kan niet zelf over alle regels heen walsen onder het mom van ‘u heeft er toch geen last van’.
Van de overheid mag worden verwacht dat zij haar eigen regels naleeft. Sterker, de overheid heeft daarin een voorbeeldfunctie. Als de regels niet deugen moeten ze op de schop, in plaats van selectief opzij te worden gezet. |