Ik weet niet of u er was, zo vlak voor de vakantie, maar het vak Toezicht heeft met het Congres Toezicht en Wetenschap van juni 2011 in Delft een grote stap voorwaarts gemaakt. Als iedere presentatie staat voor 1 jaar werk (een observatie van Ron Visser, een van de commentaren bij een andere sessie), dan werden hier de resultaten van 50 jaar kijken, lezen, nadenken en schrijven bij elkaar gebracht.
Maar zijn we nu 50 jaar verder? Wordt een vak uberhaupt verder geholpen door wetenschap? Heeft de verwetenschappelijking van management, marketing, manuele therapie, landbouw in het algemeen, glastuinbouw in het bijzonder alsook de schilderkunst en toezicht, het vak veel meer waarheid, productiviteit of effectiviteit gebracht? Vooruitgang moet toch ergens aan af te lezen zijn, anders dan het aantal wetenschappers?! Om de vraag relatief te stellen; zou de praktijk van toezicht - d.w.z. het geheel van politiek, beleid en uitvoering van toezicht - niet creatiever zijn en daarmee meer van toegevoegde waarde dan de wetenschap? Tenslotte kan wetenschap nooit meer dan of vaststellen ‘wat er is’ (beschrijving), ‘waarom iets is’ (verklaring) of ‘dat iets werkt’ (evaluatie). Wat er beschreven, verklaard of geevalueerd wordt, wordt dan ook eerder door de praktijk bepaald dan door de wetenschap.
Lees de gehele column van Dick Ruimschotel >>