VNG Magazine: Interbestuurlijk toezicht wordt veel eenvoudiger
Het interbestuurlijke toezicht wordt efficiënter, effectiever en meer transparant. Het hele stelsel wijzigt ingrijpend, zo blijkt uit het wetsvoorstel waarmee staatssecretaris Ank Bijleveld van BZK uitvoering geeft aan het kabinetsstandpunt over het rapport van de commissie Oosting.
Het voorstel moet leiden tot sterke vereenvoudiging en het voortaan zoveel mogelijk concentreren van interbestuurlijk toezicht in de Provinciewet en de Gemeentewet. In het voorstel worden de meeste door de commissie onderzochte medebewindstaken aangepast.
Het probleem dat ten grondslag lag aan het advies van de commissie Oosting, is dat Rijk of provincie te vaak over de schouder van gemeenten meekijken of de taken wel goed worden uitgevoerd. Dat leidt tot stroperigheid en onduidelijke verantwoordelijkheden. Bovendien ervaren gemeenten en provincies een onevenredige toezichtslast.
Intussen zijn de democratische controlemogelijkheden van gemeenten en provincies steviger geworden door de dualisering van het gemeente- en provinciebestuur. Daar moet de rijksoverheid bij de uitoefening van interbestuurlijk toezicht rekening mee houden. Het toezichtsstelsel zal hierop worden aangepast. De horizontale verantwoording van gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders aan respectievelijk provinciale staten en de gemeenteraad wordt versterkt.
Interbestuurlijk (verticaal) toezicht wordt voortaan in beginsel uitgevoerd door de naast hoger gelegen bestuurslaag. In het nieuwe stelsel komt het toezicht op gemeenten dus bij de provincies te liggen, tenzij de provincies geen taak en expertise hebben op een bepaald beleidsdomein. De lasten worden verminderd door het toezicht selectief uit te oefenen, meer uit te gaan van risicoanalyses en door proportionaliteit in de toepassing van het toezicht. Voor waterschappen en veiligheidsregio’s kan wel specifiek toezicht (blijven) bestaan.
Grote stap
De VNG liet destijds bij het uitkomen van het rapport-Oosting weten blij te zijn met de voorgestelde vermindering van het toezicht door Rijk en provincies op gemeenten. De VNG vindt één toezichthouder genoeg. Daarbij ziet zij een grote rol weggelegd voor het versterken van de toezichthoudende rol van de raad.
Het jongste wetsvoorstel is volgens de VNG een belangrijke stap om het interbestuurlijk toezicht op gemeenten te vereenvoudigen en te verbeteren. Wel vindt de VNG het zaak om de lijn nu voort te zetten en voor álle medebewindswetten het specifieke toezicht zoveel mogelijk af te schaffen.
De nieuwe wetgeving moet op 1 januari in werking treden. Dat is althans het streven van staatssecretaris Bijleveld. De Raad van State onderschrijft de strekking van het voorstel. Uit het voorstel spreekt volgens de Raad een groot vertrouwen in de rechtmatigheid van de taakuitoefeneing door decentrale overheden. |