Staatstoezicht op de Mijnen: Presentatie onderzoek/audit en ‘worst case scenario’
Geachte
Naar aanleiding van de ramp met het boorplatform Deepwater Horizon in de golf van Mexico heb ik op 2 juni jongstleden overleg gehad met het Executive Committee van Nogepa. Ik heb een toelichting gegeven aan de hand van een presentatie (die ik Nogepa digitaal heb overhandigd) over het rapport ‘Increased safety measures for energy development on the Outer Continental Shelf (May 27, 2010)’ dat de Amerikaanse Secretary of the Interior aan president Obama heeft gestuurd.
Veel van de in het rapport genoemde aanbevelingen zijn ook relevant voor Uw booractiviteiten, zowel op zee als op land (indien van toepassing).
Tijdens het overleg heb ik gevraagd de volgende acties uit te voeren;
1. Iedere mijnonderneming zelf een diepgaand onderzoek/audit uitvoert over de wijze waarop de boor- en andere putactiviteiten worden beheerst, met als doelstelling dat de bestuurder van de onderneming zichzelf ervan overtuigt dat deze activiteiten door zijn onderneming veilig kunnen worden uitgevoerd. Daarbij moet worden gekeken naar beleid, procedures, materieel, organisatie, competentie van personeel en dergelijke (zie verder aanbeveling-1 op bladzijde 26 van het hierboven genoemde rapport en in bijlage bij deze brief opgenomen). Vóór 2 september stuurt hij een schriftelijk verslag over zijn bevindingen aan de Inspecteur-generaal der Mijnen.
2. Iedere mijnonderneming identificeert het ‘worst case scenario’ binnen de eigen operaties en stelt voor zich zelf zeker dat de rampenbestrijdingsplannen en alle daarin genoemde voorzieningen adequaat zijn.
3. De directeur van iedere mijnonderneming licht persoonlijk door middel van een presentatie de resultaten van bovenstaande actiepunten bij zijn onderneming toe, gedurende de eerste helft van september bij Staatstoezicht op de Mijnen. Ik verzoek U om vóór 20 juni a.s. met mijn secretariaat een datum hiervoor vast te leggen.
Op basis van deze presentatie door de mijnondernemingen én eigen bevindingen van door inspecteurs van mijn dienst uitgevoerde verificaties, zal ik mij een oordeel vormen over de kwaliteit en effectiviteit van de beheersmaatregelen en de minister daarover informeren.
Over het precieze ‘format’ voor het schriftelijk verslag en voor genoemde presentatie, d.w.z. specifieke onderwerpen en diepgang zal ik U binnen 14 dagen nader informeren. Ik verzoek U dan ook om U bij het verslag én de presentatie in september aan dit ‘format’ te houden.
Het streven is om eind september de Minister van Economische Zaken te informeren.
Een afschrift van deze brief wordt ook aan Uw ondernemingsraad toegestuurd in verband met hun wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu binnen de onderneming.
Met vriendelijke groet,
J.W. de Jong, M. Eng.
Inspecteur-generaal der Mijnen
|