 | Nieuwsbrief |
Blijf op de hoogte van Vide en neem een gratis abonnement op Vide Nieuws: onze nieuwsbrief.
 | Nieuws |
Vide staat midden in de actualiteit zoals u op de nieuwspagina ziet. Nieuws is een belangrijk onderdeel van deze website. Alle nieuwsberichten hebben een link die voor de brede doelgroep van Vide interessant kan zijn. Meer informatie
|
| 25-05-2010 |
Hoogleraar David De Cremer wil focus op gedragsverandering |
Financieel Management: Hoogleraar David De Cremer wil focus op gedragsverandering
'Regels, codes en steunfondsen lossen financiële crisis niet op'
Zonder veranderde mindset en zonder moreel kompas is een nieuwe financiële crisis een kwestie van tijd. Dit zegt David De Cremer, auteur van de nieuwe uitgave Als goede mensen slechte dingen doen. ´Als we niet leren begrijpen welke denkfouten en welk zelfbedrog tot deze financiële crisis hebben geleid, komt er onherroepelijk weer een grote crisis.´
De financiële crisis waart nog steeds rond. Ruim anderhalf jaar na de val van Lehman Brothers wil de parlementaire commissie De Wit Europees toezicht en een scheiding tussen zakenbanken en spaarbanken. Ook zijn recentelijk steunfondsen opgericht voor noodlijdende eurolanden. Eerder al hebben overheden, toezichthouders en financiële instellingen tal van nieuwe regels en gedragscodes in het leven geroepen. Nuttige initiatieven, maar ontoereikend om toekomstige uitwassen te voorkomen. Dit stelt professor gedrags- en bedrijfsethiek David De Cremer in het boekje Als goede mensen slechte dingen doen.
Zelfbedrog en kortetermijndenken
Het instellen van regels en codes is volgens De Cremer een rationele reflex, die geen garantie biedt voor structurele verbetering. De Cremer: ‘Regels en codes gaan uit van de financiële expert als homo economicus: een professional die rationeel denkt, goed risico’s kan inschatten en verstandig handelt. De werkelijkheid is anders. Mensen handelen veel minder rationeel dan ze zelf denken.’ In de uitgave Als goede mensen slechte dingen doen laat De Cremer via diverse recente voorbeelden zien hoe ieder mens vatbaar is voor zelfbedrog, eigenbelang en kortetermijndenken. In de gejaagde financiële sector zijn de verleidingen en de valkuilen extra groot.
Zelfgecreëerde mythes, optimistische slachtoffers
De bonussencultuur is volgens De Cremer een treffend voorbeeld van zelfbedrog. Torenhoge bonussen zouden nodig zijn om uitstroom van toptalent naar het buitenland tegen te houden. De Cremer: ‘Dit is een zelf gecreëerde mythe waar mensen in de financiële sector vervolgens ook echt in zijn gaan geloven!’ Het gedrag van voormalig DSB-topman Dirk Scheringa is een typerend voorbeeld. De Cremer: ‘Mensen zoals Dirk Scheringa zien zichzelf, heel optimistisch, als slachtoffer op het moment dat ze in het nauw komen. Ze zijn zich niet bewust van de glijdende schaal waar ze zich op bevinden en gaan zelf echt geloven dat ze niets fout doen. Hun gedachte? “Rommelhypotheken? Ach, iedereen doet het. Het is gewoon iets wat nodig is om competitief te blijven”.’
Normale beloningen, sociale verantwoordelijkheid
Nieuwe regels en codes zullen een nieuwe financiële crisis niet kunnen voorkomen. Goldman Sachs heeft anno 2010 alweer miljarden uitgetrokken voor bonussen en lijkt nu ook klanten te hebben benadeeld door te speculeren op waardedalingen. De Cremer pleit daarom voor het bevorderen van kennis en zelfinzicht bij professionals in de financiële sector. Als opmaat voor gedragsverandering en een nieuw moreel kompas, gebaseerd op normale beloningen, intrinsieke motivatie en sociale verantwoordelijkheid. De Cremer: ‘Bankiers en managers moeten zichzelf beter leren begrijpen - en dat begint al bij hun opleiding: waarom gedraag ik me op deze manier, hoe komt het dat ik als ogenschijnlijk verstandige professional kortzichtige beslissingen neem? Immoreel gedrag los je niet op met nog meer en nog strengere regels. Mensen moeten zelf naar hun gedrag leren kijken en daar vervolgens naar handelen.’ |
|
| | De vorige column: Toezicht en Wetenschap: 50 jaar verder? |
Ik weet niet of u er was, zo vlak voor de vakantie, maar het vak Toezicht heeft met het Congres Toezicht en Wetenschap van juni 2011 in Delft een grote stap voorwaarts gemaakt. Als iedere presentatie staat voor 1 jaar werk (een observatie van Ron Visser, een van de commentaren bij een andere sessie), dan werden hier de resultaten van 50 jaar kijken, lezen, nadenken en schrijven bij elkaar gebracht.
Maar zijn we nu 50 jaar verder? Wordt een vak uberhaupt verder geholpen door wetenschap? Heeft de verwetenschappelijking van management, marketing, manuele therapie, landbouw in het algemeen, glastuinbouw in het bijzonder alsook de schilderkunst en toezicht, het vak veel meer waarheid, productiviteit of effectiviteit gebracht? Vooruitgang moet toch ergens aan af te lezen zijn, anders dan het aantal wetenschappers?! Om de vraag relatief te stellen; zou de praktijk van toezicht - d.w.z. het geheel van politiek, beleid en uitvoering van toezicht - niet creatiever zijn en daarmee meer van toegevoegde waarde dan de wetenschap? Tenslotte kan wetenschap nooit meer dan of vaststellen ‘wat er is’ (beschrijving), ‘waarom iets is’ (verklaring) of ‘dat iets werkt’ (evaluatie). Wat er beschreven, verklaard of geevalueerd wordt, wordt dan ook eerder door de praktijk bepaald dan door de wetenschap.
Lees de gehele column van Dick Ruimschotel >>
| | Vide nieuws wordt mede mogelijk gemaakt door: |
|