 | Nieuwsbrief |
Blijf op de hoogte van Vide en neem een gratis abonnement op Vide Nieuws: onze nieuwsbrief.
 | Nieuws |
Vide staat midden in de actualiteit zoals u op de nieuwspagina ziet. Nieuws is een belangrijk onderdeel van deze website. Alle nieuwsberichten hebben een link die voor de brede doelgroep van Vide interessant kan zijn. Meer informatie
|
| 09-03-2010 |
Autoriteiten en gezag |
RTL Z: Autoriteiten en gezag
Het rapport Scheltema over Gerrit Zalm bevat veel stof tot discussie. De media pikken er vooral het tegengestelde oordeel van de AFM en DNB uit. Nu Scheltema en minister De Jager het oordeel van DNB volgen, krijgt vooral de AFM de zwarte Piet toegeschoven, maar dat is scorebordjournalistiek.
Column Marcel Pheijffer, hoogleraar Accountancy Nyenrode
Autoriteit
Eerst even iets over het begrip ‘autoriteit’. Dat staat onder meer voor ‘gezag’, ‘gezaghebbend’, ‘gezagdragend’, maar ook voor ‘macht’ en ‘deskundig(e)’. Indien we het vooral verbinden aan het begrip ‘gezag’, dan kan na lezing van dit rapport Scheltema de conclusie geen andere zijn dan dat beide toezichthouders flink aan gezag hebben ingeboet. Het beeld is dat deze toezichthouders op basis van hetzelfde materiaal tot een andersluidend oordeel komen. Op zich kan – zoals ook door Scheltema is aangegeven – dat omdat hun beoordelingskader andersluidend is. Het probleem zit volgens Scheltema dan ook niet in het andersluidende oordeel van de AFM, maar in de wijze waarop dat oordeel tot stand is gekomen. Hij maakt daar korte metten mee.
Oordeel DNB versus persverklaring Zalm
Scheltema laat zien dat de herbeoordeling van Zalm door DNB tot de conclusie leidt ‘dat de heer Zalm voldoet aan de eisen van deskundigheid om het dagelijks beleid van AAB te bepalen en dat zijn betrouwbaarheid buiten twijfel staat’. Let op het nuanceverschil: ‘voldoet aan de eisen’ tegenover ‘buiten twijfel staat’. Zalm zelf leest het anders door in zijn persverklaring de nuance te laten vallen en te stellen dat uit de ‘hernieuwde toets blijkt dat mijn betrouwbaarheid en deskundigheid buiten twijfel staan’. En dat staat er toch echt niet.
Oordeel AFM
Het oordeel van de AFM beperkt zich tot het aspect deskundigheid en concentreert zich sterk op de periode van Zalm bij de DSB: ‘Voor die context concludeert de AFM dat de heer Zalm niet, althans in onvoldoende mate deskundigheid heeft getoond.’ Reeds omdat het oordeel van de AFM andersluidend is – en al dan niet gebrekkig beargumenteerd door de AFM – kan nimmer tot de conclusie worden gekomen dat de deskundigheid van Zalm buiten twijfel staat. Met name ook niet omdat het rapport Scheltema niet laat zien op welke wijze DNB dit oordeel van de AFM nu precies heeft gewogen. Terwijl Scheltema wel tweemaal aangeeft dat DNB het niet overnemen van de aanbeveling van de AFM jegens de andere toezichthouder moet motiveren.
Scheltema over de bestuursstructuur DSB
Minstens zo belangrijk als de beoordeling van Zalm zijn de opmerkingen in het rapport-Scheltema over de bestuursstructuur van DSB. Hij stelt letterlijk: ‘De bestuursstructuur van DSB was ongewenst voor een bank. Zij werd gekenmerkt door het feit dat de voorzitter van de raad van bestuur tegelijkertijd materieel de enige aandeelhouder was. Daar kwam nog bij dat in de statuten was geregeld dat de grootaandeelhouder zowel de bestuurders als commissarissen kon benoemne en ontslaan. De bevoegdheden van de raad van commissarissen waren daarentegen beperkt.’
Scheltema over Scheringa
Ten aanzien van Scheringa stelt Scheltema dat deze DSB als zijn bedrijf beschouwde en dominant was. En bovendien: ‘Een dergelijke dominante positie van een persoon past niet bij een bank. (…) Voldoende checks and balances binnen het bedrijf zijn essentieel’. Waren die er dan volgens Scheltema? Nee: ‘Van checks and balances was, zoals gezegd, nauwelijks sprake.’
Scheltema over vergunningverlening door DNB
Scheltema constateert voorts – en ik citeer wederom letterlijk – dat DNB ‘de onjuiste bestuursstructuur bij de vergunningverlening’ had geaccepteerd.
Kritiek raakt DNB
Mijns inziens raken voorgaande quotes DNB nadrukkelijk. Scheltema trekt conclusies over de bestuursstructuur van een bank die een vergunning kreeg. Kwalificaties als ‘ongewenst’, ‘onjuist’ en niet passend bij een bank roepen de vraag op of DSB de vergunning in 2005 wel verleend had mogen worden. Welke eisen heeft DNB gesteld om tot snelle verbeteringen te komen? En hoe kan het zijn dat Scheringa eind 2007 wederom vergunningen door DNB verstrekt krijgt?
Autoriteiten met gehavend gezag
Het is onterecht om de kritiek naar aanleiding van het rapport-Scheltema louter te focussen op de AFM. Deze autoriteit heeft door het rapport aan gezag ingeboet. Maar dat geldt ook voor Zalm, waarvan op basis van het rapport-Scheltema (nog) niet gesteld kan worden dat hij ‘buiten twijfel’ staat. Maar door de goede lezer van het rapport zijn ook veel vragen in de richting van DNB te stellen. Zolang er twijfel heerst over de AFM, DNB en Zalm zijn het autoriteiten met gehavend gezag.
Marcel Pheijffer
Marcel Pheijffer is hoogleraar Accountancy aan de Universiteit Nyenrode en hoogleraar Forensische Accountancy aan de Universiteit Leiden.
De brief van minister De Jager aan de Tweede Kamer
De toets naar de deskundigheid en betrouwbaarheid van Gerrit Zalm, door professor Scheltema
|
|
| | De vorige column: Toezicht en Wetenschap: 50 jaar verder? |
Ik weet niet of u er was, zo vlak voor de vakantie, maar het vak Toezicht heeft met het Congres Toezicht en Wetenschap van juni 2011 in Delft een grote stap voorwaarts gemaakt. Als iedere presentatie staat voor 1 jaar werk (een observatie van Ron Visser, een van de commentaren bij een andere sessie), dan werden hier de resultaten van 50 jaar kijken, lezen, nadenken en schrijven bij elkaar gebracht.
Maar zijn we nu 50 jaar verder? Wordt een vak uberhaupt verder geholpen door wetenschap? Heeft de verwetenschappelijking van management, marketing, manuele therapie, landbouw in het algemeen, glastuinbouw in het bijzonder alsook de schilderkunst en toezicht, het vak veel meer waarheid, productiviteit of effectiviteit gebracht? Vooruitgang moet toch ergens aan af te lezen zijn, anders dan het aantal wetenschappers?! Om de vraag relatief te stellen; zou de praktijk van toezicht - d.w.z. het geheel van politiek, beleid en uitvoering van toezicht - niet creatiever zijn en daarmee meer van toegevoegde waarde dan de wetenschap? Tenslotte kan wetenschap nooit meer dan of vaststellen ‘wat er is’ (beschrijving), ‘waarom iets is’ (verklaring) of ‘dat iets werkt’ (evaluatie). Wat er beschreven, verklaard of geevalueerd wordt, wordt dan ook eerder door de praktijk bepaald dan door de wetenschap.
Lees de gehele column van Dick Ruimschotel >>
| | Vide nieuws wordt mede mogelijk gemaakt door: |
|